ECLI:NL:RBROT:2021:4685
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet tijdsevenredige vermindering afvalstoffenheffing na wijziging huishouden
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag afvalstoffenheffing voor 2020 die was gebaseerd op een meerpersoonshuishouden op 1 januari 2020. Na het overlijden van de partner van eiser op 8 februari 2020 veranderde het huishoudenstype in een eenpersoonshuishouden. Eiser vorderde een tijdsevenredige vermindering van de aanslag.
De rechtbank overwoog dat op grond van de gemeentelijke verordening en de Wet milieubeheer de belastingschuld ontstaat op 1 januari van het belastingjaar, en dat de gemeente niet verplicht is om de aanslag aan te passen bij latere wijzigingen in het huishouden. De ruime beleidsvrijheid van gemeenten bij het vaststellen van belastingverordeningen werd bevestigd door jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank vond dat het systeem waarbij de aanslag niet tijdsevenredig wordt aangepast redelijk is en niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. De hogere uitvoeringskosten en het feit dat een wijziging na 1 januari niet leidt tot aanpassing van de aanslag waren daarbij van belang. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing wordt ongegrond verklaard omdat de aanslag niet tijdsevenredig hoeft te worden verminderd na wijziging huishouden na 1 januari.