ECLI:NL:RBROT:2021:4690
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag medewerker zorg wegens vermogensdelicten
Eiseres verzocht op 1 april 2020 om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een functie als medewerker in de zorg. Deze aanvraag volgde op een eerdere afwijzing in december 2019. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag inhoudelijk af, omdat eiseres meerdere vermogensdelicten had gepleegd binnen en buiten de verlengde terugkijktermijn.
De rechtbank stelde vast dat het objectieve criterium was voldaan, maar beoordeelde het subjectieve criterium waarbij verweerder een belangenafweging maakte. Ondanks de persoonlijke ontwikkeling van eiseres, waaronder het succesvol afronden van een MBO-opleiding, oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging in redelijkheid in het nadeel van eiseres kon uitvallen.
Verweerder hechtte gewicht aan het feit dat de laatste veroordeling tot twee weken gevangenisstraf relatief kort voor de aanvraag lag en dat ook een eerder voorwaardelijke straf was omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank concludeerde dat de weigering van de VOG terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag is ongegrond verklaard.