Eiseres kocht in maart 2017 een aanhangwagen van gedaagde, die zij nodig had voor het vervoer van een eerder gekochte hoogwerker. Later bleek dat de combinatie hoogwerker en aanhangwagen mogelijk een economisch delict opleverde vanwege het gewicht van de hoogwerker dat het laadvermogen van de aanhangwagen overschreed. Eiseres stelde gedaagde in oktober 2020 in gebreke en ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk, waarna zij terugbetaling van de koopprijs en kosten vorderde.
Gedaagde verweerde zich primair met het verweer dat zij niet in verzuim was gesteld omdat eiseres geen ingebrekestelling met een redelijke termijn had gegeven. Subsidiair voerde zij aan dat eiseres niet aan haar klachtplicht had voldaan en dat de aanhangwagen aan de overeenkomst voldeed. De kantonrechter oordeelde dat voor ontbinding verzuim vereist is, dat een ingebrekestelling met redelijke termijn noodzakelijk is, en dat uit de stukken niet blijkt dat eiseres een dergelijke ingebrekestelling heeft gedaan.
Ook het betoog dat gedaagde zonder ingebrekestelling in verzuim zou zijn geraakt wegens een mededeling tijdens een telefonisch contact werd verworpen, omdat gedaagde het telefoongesprek betwistte en eiseres dit niet nader onderbouwde. De kantonrechter concludeerde dat gedaagde niet in verzuim was en dat de koopovereenkomst niet rechtsgeldig was ontbonden. De vordering van eiseres tot terugbetaling en kosten werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.