Uitspraak
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Op 13 november 2019 bestelden [gedaagden] bij Carpet-Land een traprenovatie voor € 2.755,50, waarvan € 755,50 werd aanbetaald. Op 28 januari 2020 werd gestart met de werkzaamheden, maar een van de planktreden bleek verkeerd gezaagd, waardoor de renovatie niet kon worden afgerond. Carpet-Land bood aan het werk op 7 of 14 februari af te maken. [gedaagden] stelden Carpet-Land bij brief van 30 januari 2020 in gebreke en verklaarden de samenwerking te beëindigen.
Carpet-Land vorderde betaling van € 2.324,15 wegens nakoming van de overeenkomst, terwijl [gedaagden] betwistten dat zij gehouden waren tot betaling en zelf een schadevergoeding vorderden wegens wanprestatie. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde 2] niet partij was, maar aansprakelijk was op grond van artikel 1:85 BW Pro voor de verbintenis tot betaling.
De rechtbank stelde vast dat levering op 28 januari 2020 had plaatsgevonden en dat de niet-afgeronde renovatie het gevolg was van de verkeerde plank. Er was geen sprake van verzuim omdat de hersteltermijn van drie dagen onredelijk was. De buitenrechtelijke ontbinding door [gedaagden] was daarom niet rechtsgeldig. De rechtbank kende een korting toe wegens ontbrekende led-verlichting en wees de schadevergoeding aan [gedaagden] af.
Uiteindelijk werden [gedaagden] veroordeeld tot betaling van € 1.279,98 plus wettelijke rente en proceskosten, terwijl de vorderingen van [gedaagde 1] in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 1.279,98 met rente en proceskosten; vorderingen in reconventie worden afgewezen.