De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die sinds maart 2021 ernstige gedragsproblemen vertoont en meerdere keren in gesloten instellingen heeft verbleven. De minderjarige vertoont onder meer oppositioneel gedrag, agressie en heeft een strafbaar feit gepleegd, wat heeft geleid tot detentie en herplaatsingen.
De kinderrechter heeft de zaak met gesloten deuren behandeld, waarbij de moeder telefonisch is gehoord en de minderjarige zelf is bijgestaan door een advocaat. De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging voor zes maanden, terwijl de gedragswetenschapper slechts instemt met drie maanden. De minderjarige en zijn moeder wensen een kortere duur en een terugkeer naar een open groep of Kamertrainingscentrum.
De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet is voldaan: de gesloten jeugdhulp is noodzakelijk vanwege ernstige opgroei- en opvoedproblemen die de ontwikkeling belemmeren en om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de hulp onttrekt. Gezien het advies van de gedragswetenschapper wordt de machtiging verleend voor drie maanden, met de opdracht om een passende vervolgplek te zoeken ter voorbereiding op zelfstandigheid.