Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
26 mei 2021.
de raadsmanverklaren geen bezwaar te hebben tegen de wijziging.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van belaging van haar ex-partner door herhaaldelijk contact te zoeken via berichten en bezoeken aan diens woning. De relatie tussen partijen was turbulent en gekenmerkt door conflicten en wederzijdse communicatie.
Verdachte ontkende de intentie om te dwingen of te bedreigen en stelde dat het contact voortkwam uit lopende financiële en persoonlijke zaken. De officier van justitie stelde dat het gedrag van verdachte strafbaar was vanwege de omvang en dwangmatigheid van het contact.
De rechtbank oordeelde dat belaging pas bewezen kan worden als ondubbelzinnig is vastgesteld dat de verdachte is gewaarschuwd dat contact zoeken strafbaar is. Omdat geen stopbrief of proces-verbaal van een stopgesprek was overgelegd en niet is gebleken dat verdachte hiervan kennis had, ontbrak de wederrechtelijkheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat zij ondubbelzinnig is gewaarschuwd dat contact zoeken strafbaar is.