ECLI:NL:RBROT:2021:4959

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2021
Publicatiedatum
4 juni 2021
Zaaknummer
C/10/613949 / FA RK 21-1536
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 5:16 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 maart 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en mogelijk een schizoaffectieve stoornis. Uit de medische stukken en mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene momenteel stabiel is, maar bij wisselingen van medicatie of seizoenen het risico bestaat op psychotische ontregeling met ernstig nadeel.

Betrokkene erkent de noodzaak van medicatie en toont ziekte-inzicht, maar de bereidheid tot zorg kan wegvallen bij ontregeling. De rechtbank overweegt dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De zorgmachtiging omvat reguliere verplichte zorg en zorg in crisissituaties, waaronder medicatietoediening, beperkingen in vrijheid, bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek aan lichaam en woonruimte, en opname. De machtiging geldt voor zes maanden tot 11 september 2021. De advocaat merkte een termijnoverschrijding op, maar betrokkene is daardoor niet geschaad.

De beschikking is op 11 maart 2021 mondeling gegeven en op 17 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg te kunnen bieden en ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/613949 / FA RK 21-1536
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 maart 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende en thans verblijvende te Rotterdam,
advocaat mr. K.S. Kort te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 25 februari 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 9 februari 2021;
  • een niet ondertekende zorgkaart;
  • het zorgplan van 3 november 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 maart 2021. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • mr. J.F.C. Janssen, de officier;
  • [naam stagiaire] , stagiaire bij de beschermde woonvorm van betrokkene;
  • [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Antes.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, wellicht ook sprake van een andere psychotische stoornis, namelijk een schizoaffectieve stoornis. Momenteel si er geen sprake van psychotische ontregeling van schizofrenie of een schizoaffectieve stoornis.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is bekend met recidiverende psychotische en manisch-psychotische episoden. Vanwege de ernst van de ontregelingen is betrokkene meerdere malen opgenomen in een instelling. Betrokkene kan dan last hebben van paranoïde wanen, grootheidswanen en formele denkstoornissen. Betrokkene slaapt tijdens een psychotisch ontregeling nauwelijks en betrokkene is dan niet meer in contact met de behandelaren. Tevens laat betrokkene dan ontremd gedrag zien, zoals naakt op straat lopen. Momenteel is er een stabiel toestandsbeeld en is betrokkene goed ingesteld op de medicatie. Er zijn momenteel geen wanen of andere symptomen, die wijzen op een psychiatrische ontregeling, zichtbaar. Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat hij last kan hebben van de wisselingen van de seizoenen.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
Betrokkene is het eens met de behandeling en accepteert de medicatie. Betrokkene is tevreden over de medicatie die hij nu gebruikt. Betrokkene ondervindt geen bijwerkingen van de huidige medicatie en vindt de medicatie noodzakelijk. Betrokkene toont ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene weet niet hoe hij gaat reageren met de wisselingen van de seizoenen en de medicatie. De behandelaar vertelde tijdens de mondelinge behandeling dat de samenwerkingen met betrokkene momenteel goed is. Alleen is het contact met betrokkene lastig indien de medicatie niet goed is ingesteld of als er een wisseling van de seizoenen is. De bereidheid zorg te accepteren, kan dan wegvallen. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
2.5.
Ten aanzien van de verzochte verplichte zorg overweegt de rechtbank als volgt. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg worden opgenomen in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.
‘Reguliere verplichte zorg’
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Betrokkene moet ambulante behandelcontacten toestaan.
‘Verplichte zorg in crisissituaties’
In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, bij opname;
  • het insluiten, bij opname;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene, bij opname;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
Bij betrokkene kan een crisissituatie als volgt worden gedefinieerd. Indien betrokkene decompenseert, de medicatie niet meer accepteert of het ernstig nadeel niet met ambulante hulpverlening afgewend kan worden, is er sprake van een crisissituatie.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Tijdens de mondelinge behandeling merkte de advocaat van betrokkene op dat er een forse termijnoverschrijding van artikel 5:16 Wvggz Pro is. De advocaat stelde daarbij dat betrokkene niet is geschaad door de termijnoverschrijding, en verbond daaraan evenmin gevolgen.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 september 2021.
Deze beschikking is op 11 maart 2021 mondeling gegeven door mr. J. van Driel, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 17 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.