Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
De kantonrechter
3..Het geschil
€ 10.000,-;
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt verboden om executie te verrichten op dwangsommen die zijn gebaseerd op een verstekvonnis van 23 juli 2020. Het verstekvonnis veroordeelde gedaagde tot het verwijderen van onrechtmatige negatieve reviews en stelde dwangsommen bij overtreding.
Eiser stelt volledig aan het verstekvonnis te hebben voldaan en betwist dat hij meer dan €10.000,- aan dwangsommen heeft verbeurd, terwijl gedaagde een bedrag van €20.000,- claimt. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser één review pas op 20 januari 2021 heeft verwijderd, waardoor €10.000,- aan dwangsommen is verbeurd, maar niet het hogere bedrag.
De rechter vindt geen sprake van misbruik van recht door gedaagde, noch van rechtsverwerking. De executie van dwangsommen boven €10.000,- wordt verboden. Het verzoek tot opheffing van het bankbeslag is ingetrokken. Proceskosten worden nihil vastgesteld en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Executie van dwangsommen boven €10.000,- wordt verboden; overige vorderingen worden afgewezen.