Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
We hebben besloten om per vandaag 18 januari 2021 je niet meer in te zetten voor werk bij ons bedrijf.”
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek tot verklaring voor recht dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond met een omvang van 79,52 uur per maand, inclusief vakantie- en seniorenverlofuren. Daarnaast vordert verzoekster betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente, eindejaarsuitkering, reiskostenvergoeding, pensioenpremies met rendement, een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een gespecificeerde opgave van pensioenpremies en salarisspecificaties.
Verweerster is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst ongewijzigd voortduurt ondanks een latere overeenkomst van opdracht. De omvang van de arbeidsovereenkomst wordt vastgesteld op basis van een representatieve referteperiode van juni tot en met december 2020. De gevorderde loonbetalingen en vergoedingen worden toegewezen omdat verweerster in gebreke is gebleven.
Het verzoek tot vernietiging van relatie-, geheimhoudings- en boetebedingen wordt afgewezen omdat geen wilsgebrek of misbruik van omstandigheden is vastgesteld en omdat de arbeidsovereenkomst door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is beëindigd, waardoor het relatiebeding geen werking meer heeft.
De kantonrechter veroordeelt verweerster tot betaling van diverse bedragen, waaronder een billijke vergoeding van € 1.500,00 bruto, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Tevens wordt verweerster veroordeeld tot het verstrekken van een gespecificeerde opgave van pensioenpremies en salarisspecificaties, onder dwangsom. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart het bestaan van een arbeidsovereenkomst en veroordeelt verweerster tot betaling van loon, vergoedingen en verstrekking van pensioeninformatie, terwijl vernietiging van bedingen wordt afgewezen.