De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen voor de duur van zes maanden vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar haar problematische relaties, waaronder ernstig huiselijk geweld en conflicten waarbij politie betrokken was, vormen een bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen. De kinderen presteren onder de maat op school en hebben aangegeven mishandeld te zijn door de moeder.
De moeder ontkent de mishandeling en wijst op haar medewerking aan hulpverlening en het beëindigen van de problematische relatie. De gecertificeerde instelling en de Raad handhaven het verzoek vanwege de aanhoudende zorgen en het ontbreken van een concreet behandelplan. De rechtbank constateert dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, maar erkent ook de positieve ontwikkelingen door hulpverlening, bewindvoering en het verbroken contact met de ex-vriend.
Gezien de prille positieve ontwikkelingen en het risico dat deze niet worden vastgehouden, besluit de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling aan te houden voor zes maanden. De Raad wordt verzocht binnen twee weken voor de pro forma datum een rapportage over de stand van zaken te overleggen. De zitting vond plaats met gesloten deuren en de vader was niet verschenen.