Eiser, werkzaam als technisch medewerker, viel uit wegens polsklachten en andere medische aandoeningen zoals COPD en angina pectoris. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd vastgesteld dat eiser beperkingen heeft die leiden tot een arbeidsongeschiktheid tussen 35% en 80%, waardoor hij niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering.
De rechtbank heeft het primaire en het bezwaaronderzoek van de verzekeringsartsen beoordeeld en geoordeeld dat deze zorgvuldig en volledig waren. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) is correct vastgesteld en weerspiegelt de beperkingen van eiser met betrekking tot persoonlijk functioneren, fysieke omgeving en dynamische handelingen.
De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiser zijn eigen arbeid niet meer kan verrichten, maar wel geschikt is voor enkele gangbare functies met een verdiencapaciteit die 73,06% lager ligt dan het maatmaninkomen. De rechtbank concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en eiser kan geen aanspraak maken op een IVA-uitkering. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.