ECLI:NL:RBROT:2021:5154

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2021
Publicatiedatum
9 juni 2021
Zaaknummer
ROT 19/1568
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurtoeslag wegens overschrijding toetsingsinkomen 2018

Eiseres ontving in eerste instantie voorschotten zorg- en huurtoeslag voor 2018, gebaseerd op een laag geschat toetsingsinkomen. Na ontvangst van een melding werd het toetsingsinkomen vastgesteld op € 22.714,-, wat boven de inkomensgrens voor huurtoeslag ligt. Verweerder stelde daarop het voorschot huurtoeslag op nul en de zorgtoeslag lager vast.

Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar verzamelinkomen € 23.850,- bedroeg en dat het terug te betalen bedrag een grote financiële last voor haar zou zijn. De rechtbank overwoog dat het recht op huurtoeslag inkomensafhankelijk is en dat eiseres met het vastgestelde inkomen niet langer in aanmerking komt voor huurtoeslag.

De rechtbank oordeelde dat de kleine inkomensstijging niet tot een andere beslissing kan leiden en dat het beroep ongegrond is. De terugvordering van teveel ontvangen toeslagen valt buiten dit besluit en wordt in een apart besluit behandeld.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beëindigen van haar huurtoeslag over 2018 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/1568

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres,

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

gemachtigde: N. Marienus.

Procesverloop

In het primaire besluit van 22 oktober 2018 heeft verweerder de voorschotten van de toeslagen van eiseres over 2018 opnieuw berekend, de zorgtoeslag over 2018 is vastgesteld op € 834,- en de huurtoeslag voor 2018 is vastgesteld op € 0,-. Het geschatte toetsingsinkomen is hierbij vastgesteld op € 22.714,-.
Bij besluit van 15 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2021. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. S. Akbulut.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak de verlaging van de voorschotten zorgtoeslag over 2018 naar € 834,- en huurtoeslag over 2018 naar € 0,-.
2. In het besluit van 28 december 2017 heeft verweerder eiseres een voorschot zorgtoeslag voor 2018 van € 1.139,- en huurtoeslag voor 2018 van € 2.935,- toegekend. Hierbij is het geschatte toetsingsinkomen vastgesteld op € 1.047,- en de rekenhuur is vastgesteld op € 497,95
.Nadat verweerder op 7 augustus 2018 een melding heeft ontvangen is het toetsingsinkomen van eiseres over 2018 vastgesteld op € 22.714,- en heeft verweerder het primaire besluit genomen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Met dit toetsingsinkomen overschrijdt eiseres de voor haar geldende inkomensgrens, zodat zij geen recht huurtoeslag meer heeft.
Het recht op zorgtoeslag is lager dan in de voorschotfase aan eiseres is betaald.
In het verweerschrift van 9 oktober 2019 is toegelicht dat inmiddels het inkomen van eiseres over 2018 in de Basisregistratie inkomen (hierna: BRI) conform de aanslag inkomstenbelasting van eiseres van 9 mei 2019 definitief is vastgesteld op € 23.850,-. Hierbij is een overzicht van betalingen aan eiseres van zorgtoeslag over 2018 van totaal € 949,-, overgelegd.
3. Bij brief van 17 april 2020 heeft eiseres toegelicht dat na de aangifte Inkomensbelasting gebleken is dat haar eerdere bezwaren niet juist waren en haar verzamelinkomen inderdaad € 23.850,- bedraagt. Ondanks deze conclusie handhaaft eiseres haar standpunt dat er nog steeds een groot verschil blijft tussen het bedrag dat zij moet terugbetalen en het bedrag wat zij teveel heeft verdiend in dat jaar. Indien zij het gehele bedrag moet terugbetalen, wordt dit een enorme last op haar schouders.
4. De rechtbank overweegt dat de huurtoeslag een inkomensafhankelijke regeling is, zodat verstrekking daarvan afhankelijk is van het (jaar)inkomen. Eiseres betwist niet (langer) dat haar toetsingsinkomen over 2018 (minimaal) € 22.714,- is. Op grond hiervan komt eiseres niet in aanmerking voor huurtoeslag. Eiseres ontving huurtoeslag omdat haar inkomen net onder de voor haar gestelde grens lag. Door de mogelijk geringe stijging van haar inkomsten heeft zij deze grens gepasseerd en komt zij niet langer in aanmerking voor huurtoeslag. Dat de kleine stijging van inkomsten voor haar grote gevolgen heeft, maakt niet dat anders over het recht op huurtoeslag kan worden beslist. Op grond van dit toetsingsinkomen van eiseres heeft zij over 2018 (nog wel) recht op zorgtoeslag, maar voor een lager bedrag dan het voorschot. Hiertegen zijn geen aparte gronden aangevoerd.
5. In het bestreden besluit staat dat eiseres over de terugvordering van de teveel ontvangen toeslagen nog een apart besluit krijgt. Dat ligt dus nu niet ter beoordeling voor aan de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Houweling, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 juni 2021.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.