Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. T.A. Vermeulen, advocaat van verzoekers;
- de heer [naam 1] , bestuurder van verzoekers;
- mr. M.A. Huijzer, advocaat van verweerster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot faillietverklaring ingediend van verweerster, handelend onder verschillende namen en woonachtig op een bekend adres. De procedure kende meerdere schriftelijke en telefonische zittingen, mede vanwege de coronamaatregelen.
Verzoekers stelden een vordering te hebben uit hoofde van een huurovereenkomst en aanvullende afspraken voor gebruik van panden, maar verweerster betwistte deze vorderingen gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat de huurpenningen tot en met oktober 2020 voldaan waren en dat het pand vanaf november 2020 door een andere huurder werd gebruikt.
Verzoekers konden hun stellingen over aanvullende huursommen niet onderbouwen met schriftelijke of verifieerbare stukken. Ook overige vorderingen, zoals herstelkosten en boetes, waren onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank concludeerde dat niet summierlijk was gebleken van het vorderingsrecht en wees het faillissementsverzoek af.
Daarnaast werden verzoekers veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van verweerster, vastgesteld op € 1.126,--. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het vorderingsrecht.