De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over de minderjarige die verblijft bij pleegouders, familie van moederszijde. De minderjarige is onder toezicht gesteld en geplaatst bij de pleegouders met een machtiging tot uithuisplaatsing.
De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt om gedeeltelijke gezagsuitoefening ten behoeve van de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling, omdat het vervoer naar de huidige school vanuit het pleeggezin te belastend en financieel onhaalbaar is. De moeder verzet zich tegen dit verzoek en wenst dat de minderjarige op de huidige school blijft of anders wordt overgeplaatst naar een ander pleeggezin dichter bij school.
De rechtbank oordeelt dat het niet redelijk is om van de pleegouders te verwachten dat zij dagelijks langdurig vervoer regelen. Het belang van de minderjarige bij continuïteit en het spoedig hervatten van schoolbezoek weegt zwaar. Daarom wordt de GI belast met het gezag voor de aanmelding bij een nieuwe, passende school in de buurt van het pleeggezin. De beschikking is op 22 februari 2021 mondeling uitgesproken door kinderrechter M.J.M. Marseille.