De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 16 maart 2022. De minderjarige vertoont een verstoorde hechting, parentificatie en een ontwikkelingsachterstand met langdurig schoolverzuim. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar blijkt onvoldoende in staat een stevige ouderrol te vervullen vanwege persoonlijke problematiek en een gebrek aan veerkracht.
De moeder verzette zich tegen het verzoek en stelde dat de thuissituatie verbeterd is en alternatieve hulpverlening mogelijk is. Zij voerde aan dat een uithuisplaatsing in strijd is met het recht op gezinsleven en dat zij leerbaar is gebleken. De kinderrechter oordeelde echter dat de zorgen over de opvoedsituatie en het functioneren van de moeder nog steeds aanwezig zijn en dat eerdere hulpverlening onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.
Gezien de ernst van de problematiek, de noodzaak van een stabiele opvoedomgeving en het belang van continuïteit in onderwijs en de band met de moeder, werd de machtiging tot uithuisplaatsing toegewezen. De minderjarige zal in een gezinshuis in de regio Rotterdam worden geplaatst om de band met de moeder en school te behouden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open.