De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 april 2021 een verzoek tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2016 en 2019, vanwege zorgen over hun ontwikkeling en thuissituatie.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzochten de ondertoezichtstelling te verlengen voor twaalf maanden, omdat de kinderen kwetsbaar zijn door hun jonge leeftijd, wisselende opvoedomgevingen en getuige zijn geweest van huiselijk geweld. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar er is sprake van onvoldoende samenwerking en zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder.
De vader en moeder verzetten zich tegen het verzoek, waarbij de vader stelde dat de situatie verbeterd is en hij een goede band met de kinderen heeft, en de moeder vond dat zij de zorg goed aankan en een kortere ondertoezichtstelling volstaat.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, de onrustige thuissituatie, het gebrek aan stabiele omgang en de noodzaak van begeleiding door de gecertificeerde instelling. De ondertoezichtstelling is daarom voor twaalf maanden toegekend, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.