De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen, die zich vermoedelijk bezighoudt met criminele activiteiten en niet openstaat voor behandeling. De minderjarige verbleef op open groepen maar kon zich niet aan regels houden en vertoonde wantrouwen jegens volwassenen, mede door trauma's uit een internaat in Marokko.
Namens de minderjarige werd aangevoerd dat een gesloten plaatsing niet passend is en dat een open groep met strenge regels beter zou zijn. Ook de ouders uitten zorgen over de veiligheid en het gebrek aan passende hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat hoewel de gronden voor een machtiging aanwezig zijn, het ontbreken van concrete behandeldoelen en het gebrek aan vertrouwen in volwassenen de effectiviteit van een gesloten plaatsing twijfelachtig maken.
De rechtbank concludeerde dat de veiligheid onvoldoende is aangetoond en dat het ontbreken van alternatieven binnen de jeugdzorg geen reden is voor gesloten plaatsing. Daarom werd het verzoek afgewezen, met het advies een duurzame oplossing te zoeken die ook na meerderjarigheid kan voortduren.