De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2005. De machtiging tot gesloten jeugdhulp werd ingetrokken, maar het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling bleef gehandhaafd.
De minderjarige verbleef ongeveer een jaar in een gesloten instelling en woont sinds enkele weken weer thuis bij de ouders. De kinderrechter constateerde dat er geen incidenten waren in de thuissituatie en dat de minderjarige gemotiveerd is om weer naar school te gaan en een bijbaan heeft. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is de kinderrechter van oordeel dat de hulpverlening in het vrijwillige kader nog niet toereikend is.
Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling met twaalf maanden noodzakelijk om de inzet van een jeugdbeschermer mogelijk te maken die toezicht houdt en indien nodig aanvullende hulpverlening kan inzetten. Het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen vanwege intrekking door de GI. De beschikking is op 25 mei 2021 mondeling gegeven en op 8 juni 2021 schriftelijk vastgesteld.