ECLI:NL:RBROT:2021:5324

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 mei 2021
Publicatiedatum
10 juni 2021
Zaaknummer
C/10/616296 / JE RK 21-859
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige na positieve ontwikkeling thuisplaatsing

De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2005. De machtiging tot gesloten jeugdhulp werd ingetrokken, maar het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling bleef gehandhaafd.

De minderjarige verbleef ongeveer een jaar in een gesloten instelling en woont sinds enkele weken weer thuis bij de ouders. De kinderrechter constateerde dat er geen incidenten waren in de thuissituatie en dat de minderjarige gemotiveerd is om weer naar school te gaan en een bijbaan heeft. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is de kinderrechter van oordeel dat de hulpverlening in het vrijwillige kader nog niet toereikend is.

Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling met twaalf maanden noodzakelijk om de inzet van een jeugdbeschermer mogelijk te maken die toezicht houdt en indien nodig aanvullende hulpverlening kan inzetten. Het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen vanwege intrekking door de GI. De beschikking is op 25 mei 2021 mondeling gegeven en op 8 juni 2021 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 9 juni 2022.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/616296 / JE RK 21-859
datum uitspraak: 25 mei 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gcertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2005 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 april 2021, ingekomen bij de griffie op
dezelfde datum,
- de intrekkingsbrief van de GI van [geboortedatum kind] 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde
datum.
Op 25 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind], die apart is gehoord,
- de moeder,
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2].
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont bij de ouders.
Bij beschikking van 9 juni 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 9 juni 2021.
Op [geboortedatum kind] 2021 is een brief van de GI ingekomen, waarin de GI het verzoek ten aanzien van de machtiging gesloten jeugdhulp intrekt. Het verzoek ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [naam kind] wordt gehandhaafd.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting als volgt toegelicht. De afgelopen periode hebben er wonderbaarlijk geen incidenten plaatsgevonden. Door de avondklok en aansluitend de ramadan was het wellicht eenvoudiger voor de ouders om [naam kind] thuis te houden.
Het is van belang dat [naam kind] deze prille positieve ontwikkeling kan voortzetten.
De GI heeft een passende schoolplek gevonden voor [naam kind] bij het Educatief Centrum.
Vanuit het Educatief Centrum kan [naam kind] ook naar de Waag. De aanmelding voor de school was gestagneerd, doordat de ouders de formulieren niet tijdig hebben ondertekend. Op dit moment behoort het volgen van regulier onderwijs voor [naam kind] niet tot de mogelijkheden. [naam kind] is aangemeld bij Albeda en Zadkine, maar beide scholen hebben aangegeven dat hij daar niet terecht kan.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is het volgende gebleken. [naam kind] heeft ongeveer een jaar bij Schakenbosch verbleven. De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 april 2021 het resterende deel van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen, omdat [naam kind] zich ondanks het uitblijven van behandeling gedurende de plaatsing bij Schakenbosch positief heeft ontwikkeld. [naam kind] heeft de kans gekregen om te bewijzen dat hij de verantwoordelijkheid om thuis te wonen aankan. [naam kind] woont sinds enkele weken weer thuis bij de ouders. De afgelopen periode hebben zich geen incidenten voor gedaan in de thuissituatie. [naam kind] zal op korte termijn weer naar school gaan. Hij is gemotiveerd om te starten bij het Educatief Centrum en hij wil uiteindelijk graag doorstromen naar MBO niveau 3. Sinds kort heeft [naam kind] een bijbaan als pizzabezorger. De komende periode zal [naam kind] moeten aantonen dat hij deze stijgende lijn kan vasthouden.
De thuisplaatsing van [naam kind] is tot nu toe weliswaar zonder grote problemen is verlopen, maar de kinderrechter is met de GI van oordeel dat deze positieve ontwikkeling nog te pril is om aan te nemen dat de hulpverlening in het vrijwillige kader zonder meer toereikend is. De inzet van een jeugdbeschermer is nog noodzakelijk om zicht te houden op [naam kind] en indien nodig nadere hulpverlening in te zetten.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van twaalf maanden.
Nu de GI blijkens voormelde brief van 8 april 2021 het verzoek ten aanzien van de machtiging gesloten jeugdhulp intrekt, kunnen de gronden daarvan niet verder worden onderzocht. Het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp zal daarom worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 9 juni 2022;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 juni 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.