ECLI:NL:RBROT:2021:5344
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen hoogte vergoeding eigen bijdrage kinderopvang op grond van Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO
Eiseres ontving een vergoeding voor de eigen bijdrage kinderopvang op basis van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO, waarbij de hoogte van de vergoeding werd berekend aan de hand van gegevens op de peildatum 6 april 2020. Eiseres had na deze datum een wijziging in het aantal opvanguren doorgegeven, maar dit werd niet meegenomen in de berekening. Zij stelde dat zij recht had op een hogere vergoeding omdat zij meer uren had afgenomen dan op de peildatum was geregistreerd.
De rechtbank overwoog dat de peildatum en de groep rechthebbenden rechtstreeks voortvloeien uit de regeling en dat het niet aan de rechter is om deze uit te breiden of te wijzigen. Een politieke en bestuurlijke afweging is vereist om de peildatum te verschuiven of de groep uit te breiden. Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat niet was gebleken dat de overheid toezeggingen had gedaan die een hogere vergoeding zonder peildatum rechtvaardigen.
De rechtbank erkende dat het voor eiseres vervelend is dat zij niet de volledige vergoeding ontvangt, mede omdat de peildatum niet in de communicatie was genoemd en sommige ouders die geen eigen bijdrage betaalden wel een vergoeding kregen. Desondanks is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde vergoeding eigen bijdrage kinderopvang wordt ongegrond verklaard.