Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[naam eiseres] , te [woonplaats eiseres] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder
Procesverloop
€ 601,53.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres ontvangt sinds 2009 een uitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft haar uitkering herzien en een terugvordering opgelegd over de periode april 2019 tot februari 2020, vermeerderd met belastingen en premies. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De kern van het geschil betreft de vraag of de door eiseres ontvangen bijschrijvingen en stortingen terecht als inkomsten zijn aangemerkt en of haar verklaringen hierover aannemelijk zijn. Eiseres verklaarde dat de betalingen terugbetalingen waren voor boodschappen en benzine die zij voor haar dochter had voorgeschoten, of spaargeld. De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de aannemelijkheid van deze verklaringen, met name rond bijschrijvingen van 14 november 2020.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met zorgvuldig onderzoek naar de verklaringen, waarbij ook de menselijke maat in acht moet worden genomen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de aannemelijkheid van verklaringen.