ECLI:NL:RBROT:2021:543
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en uitvoering schikkingsovereenkomst over woning na echtscheiding
Partijen, ex-echtgenoten met twee minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die zij gefinancierd hebben met een hypothecaire lening gekoppeld aan een spaarpolis. Na echtscheiding is een schikkingsovereenkomst gesloten waarin is bepaald dat de man de woning kan overnemen onder bepaalde voorwaarden, waaronder ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid en afstand van haar aandeel in de spaarpolis.
De kern van het geschil betreft de uitleg van de schikkingsovereenkomst over de vraag of de man een vergoeding voor eventuele overwaarde aan de vrouw moet betalen. De man stelt dat dit niet het geval is, terwijl de vrouw meent dat de overwaarde verdeeld moet worden conform het echtscheidingsconvenant.
De rechtbank legt de schikkingsovereenkomst uit als een alomvattende regeling waarbij de man geen vergoeding voor overwaarde hoeft te betalen. De vrouw is gehouden mee te werken aan de overdracht van haar aandeel in de woning, waarbij zij ontslagen wordt uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. De vrouw kan niet de termijnoverschrijding aanvoeren als reden om niet mee te werken, en de discussie over de WOZ-waarde laat de rechtbank rusten omdat dit voor de uitkomst niet relevant is.
De rechtbank beveelt de vrouw binnen een week na het vonnis haar medewerking te verlenen aan de levering van haar aandeel, en verleent op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro vervangende toestemming indien zij weigert. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Vrouw wordt verplicht mee te werken aan levering van haar aandeel in de woning zonder vergoeding voor overwaarde, met vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 lid 2 BW.