Eiseres heeft een boete opgelegd gekregen wegens het niet tijdig voldoen aan haar inburgeringsplicht. Zij ontkende niet dat zij te laat was, maar stelde dat dit haar niet kon worden verweten omdat zij na het faillissement van haar oorspronkelijke taalschool geen nieuwe opleiding kon vinden vanwege financiële problemen. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij door andere taalscholen werd geweigerd vanwege betalingsproblemen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres pas ruim na het faillissement contact opnam met een nieuwe taalschool die kosteloos lessen wilde aanbieden, en dat ook de doorverwijzing door de gemeente naar DUO te laat plaatsvond om verwijtbaarheid te verminderen. Daarnaast kwam de lening al voor het faillissement volledig aan haar limiet, waardoor het faillissement geen verslechtering van haar situatie betekende.
Verweerder had de boete gematigd van €1.250,00 naar €500,00 vanwege het behalen van drie examenonderdelen binnen de termijn. De rechtbank vond dat verweerder het beleid juist had toegepast en dat er geen reden was om de boete verder te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.