De rechtbank Rotterdam heeft op 28 januari 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die samen met haar vriend, de medeverdachte, een poging tot ambtsdwang pleegde door een foto van twee undercoveragenten met begeleidende teksten op Twitter te plaatsen. Deze handeling had tot doel de identiteit van de agenten te onthullen, waardoor zij hun werkzaamheden niet langer konden verrichten.
Daarnaast had de verdachte op 24 juni 2017 ongeveer 47,19 gram amfetamine en circa 680 gram hennep (hasj) in bezit, beide middelen als bedoeld in de Opiumwet. De rechtbank oordeelde dat de verdachte en medeverdachte bewust en nauw samenwerkten, wat medeplegen aannemelijk maakte. De verdachte had de foto aan de medeverdachte doorgestuurd en was op de hoogte van de dreigende teksten.
De rechtbank achtte het gedrag van de verdachten ernstig, gezien de risico’s voor undercoveragenten en het maatschappelijk belang van hun werk. Gezien de ernst van de feiten en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op. De verdachte werd vrijgesproken van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.