De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie tussen de ouders van een minderjarige. De vrouw verzocht verhoging van de bijdrage, de man verzocht verlaging tot nihil. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden en dat een volledige herbeoordeling noodzakelijk was.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van een inkomen van €3.500 per maand, ondanks onvoldoende onderbouwing door de man, en zonder aftrek van bedrijfslasten of schuldaflossingen. De man kon geen aflossingen op schulden in mindering brengen op zijn draagkracht, omdat deze schulden deels verwijtbaar waren en deels te vermijden met een erfenis.
De behoefte van de minderjarige werd vastgesteld op €557 per maand en verdeeld naar rato van de draagkracht van beide ouders. Na toepassing van een zorgkorting van 35% werd de bijdrage van de man vastgesteld op €279 per maand. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt.