ECLI:NL:RBROT:2021:5528
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- E.R. Houweling
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek waterpeil Vliet conform peilbesluit
Eiser verzocht het hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard om het waterpeil van de Vliet te verlagen naar het vastgestelde peil van -3,33 m NAP, de peilschaal correct te plaatsen en de inlaatafsluiter aan te passen naar de oude capaciteit van 420 m3/h. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het peilbesluit een vast peil voorschrijft met een beheermarge vanwege natuurlijke fluctuaties en weersomstandigheden. Het beleid van verweerder om een marge van circa 5 centimeter te hanteren achtte de rechtbank niet onredelijk. Metingen toonden aan dat het waterpeil gemiddeld binnen deze marge bleef, zodat geen sprake was van een overtreding die handhaving rechtvaardigt.
De rechtbank nam kennis van het deskundigenrapport waarin de peilschaal nauwkeurig was ingemeten en bevestigd op juiste hoogte. De door eiser aangevoerde onjuistheden over de peilschaal en de vermeende overschrijding van de inlaatcapaciteit werden niet gegrond bevonden. De vermeende hogere waterstand boven de stuw werd verklaard door de stuw die lager ligt dan de aanleghoogte, niet door teveel inlaatwater.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht van handhaving heeft afgezien en verklaarde het beroep ongegrond. De procedurekosten werden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het handhavingsverzoek terecht is afgewezen.