Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres nakoming van een betalingsverplichting uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst inzake debiteurenbeheer en factoring. Eiseres stelt dat gedaagde meerdere factuurbedragen rechtstreeks heeft ontvangen en deze niet heeft doorgestort zoals contractueel verplicht.
De procedure verliep met verstek tegen gedaagde, die niet is verschenen ondanks correcte oproeping. De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij de vordering, omdat haar factoringactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en zij haar portefeuille wil afwikkelen.
De rechtbank wijst de vordering toe tot betaling van €21.883,50 vermeerderd met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum van verzuim. Tevens wordt gedaagde hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €21.883,50 met wettelijke rente en proceskosten.