ECLI:NL:RBROT:2021:5629

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 mei 2021
Publicatiedatum
18 juni 2021
Zaaknummer
9049235 CV EXPL 21-7809
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling huurachterstand en incassokosten door huurder

Stichting Waterweg Wonen vordert betaling van een huurachterstand van €154,13 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van de huurder die een woning huurt aan een adres te Vlaardingen. De huurder erkent de huurachterstand en belooft het openstaande bedrag van €56,04 te betalen en de huur voortaan via automatische incasso te voldoen.

De huurder betwist de bijkomende kosten en stelt dat zij de huur maandelijks betaalt, maar erkent ter zitting de achterstand. De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding terecht is uitgebracht vanwege de betalingsachterstand en dat de huurder in verzuim is, waardoor wettelijke rente verschuldigd is.

De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen omdat de huurder de aanmaning van 10 september 2019 heeft ontvangen en niet tijdig heeft betaald. De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke rente en de proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en incassokosten, met veroordeling in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9049235 CV EXPL 21-7809
uitspraak: 7 mei 2021
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de stichting
Stichting Waterweg Wonen,
gevestigd te Vlaardingen,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die procedeert in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Waterweg’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
• de dagvaarding van 18 februari 2021, met producties;
• de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;
• het tussenvonnis van 8 maart 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
• de akte vermindering van eis, ingekomen ter griffie op 1 maart 2021;
• een nadere productie van Waterweg, ingekomen ter griffie op 1 april 2021.
1.2
De mondelinge behandeling is gehouden op 12 april 2021. Van de zijde van Waterweg is verschenen de heer mr. J.A. Wesdijk, gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekeningen gehouden.
1.3
De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.
2.1
[gedaagde] huurt van Waterweg de woning aan de [adres] te Vlaardingen, tegen een huurprijs van laatstelijk € 476,20 per maand, welk bedrag bij vooruitbetaling dient te worden voldaan.
2.2
In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan.

3..Het geschil

3.1
Waterweg vordert – na vermindering van eis - dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Waterweg van een bedrag van € 154,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 56,04 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Waterweg heeft nakoming van de huurovereenkomst aan haar vordering tot betaling van de huurpenningen ten grondslag gelegd. [gedaagde] is op grond van de huurovereenkomst verplicht de maandelijkse huur te betalen. Zij is deze verplichting niet volledig nagekomen, waardoor een huurachterstand is ontstaan. Over het openstaande bedrag is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd. Nu [gedaagde] ook na de zogenaamde 14–dagenbrief die Waterweg haar op 10 september 2019 heeft gestuurd de vordering niet volledig heeft betaald, is zij tevens de in deze brief aangezegde buitengerechtelijke incassokosten van € 84,81 inclusief btw verschuldigd geworden. Gedurende deze procedure heeft [gedaagde] de achterstand deels ingelopen. Waterweg heeft haar eis dan ook verminderd met het bedrag dat [gedaagde] na het uitbrengen van de dagvaarding betaald heeft.
3.3
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Waterweg. Zij voert daartegen aan dat zij de huur elke maand betaalt en daarom niets meer verschuldigd is aan Waterweg. De huur wordt weliswaar niet altijd vóór de eerste van de maand betaald, maar er staan geen bedragen meer open. [gedaagde] is niet bereid de bijkomende kosten te betalen, omdat Waterweg ten onrechte een procedure tegen haar is gestart.

4..De beoordeling

4.1
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Waterweg de hoogte van de huurachterstand nader toegelicht. Vervolgens heeft [gedaagde] de door Waterweg gestelde huurachterstand en de hoogte daarvan erkend. [gedaagde] heeft ter zitting toegezegd het gevorderde bedrag van € 56,04 aan hoofdsom aan Waterweg te zullen betalen en voorts heeft zij toegezegd de huur voortaan middels automatische incasso te voldoen. Dit deel van de vordering wordt daarom toegewezen.
4.2
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de bijkomende kosten, waaronder de wettelijke rente, betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de dagvaarding ten onrechte is uitgebracht, omdat zij de maandelijkse huur wel betaald heeft. Aangezien zij echter de huurachterstand heeft erkend en er op het moment van dagvaarden dus een betalingsachterstand was, is de dagvaarding wel degelijk terecht aangebracht.
4.3
Vaststaat dat [gedaagde] de maandelijkse huurpenningen niet tijdig (volledig) heeft voldaan. Zij is dus in verzuim geraakt en als gevolg daarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd geworden. Waterweg heeft onbetwist gesteld dat de wettelijke rente tot 18 februari 2021 € 13,28 bedraagt. Dit bedrag zal daarom worden toegewezen. De wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding zal worden toegewezen als in het dictum bepaald.
4.4
Waterweg maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft niet betwist dat zij de bij dagvaarding overgelegde aanmaning van 10 september 2019 heeft ontvangen waarin haar wordt verzocht het openstaande bedrag binnen 14 dagen vanaf de dag nadat de brief bij haar is bezorgd alsnog te voldoen. Naar aanleiding van deze brief is [gedaagde] niet tijdig tot volledige betaling overgegaan. De aanmaning voldoet aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW Pro en het hierin aangezegde bedrag van € 84,81 inclusief btw is in overeenstemming met de toepasselijke tarieven berekend. Dit deel van de vordering wordt daarom eveneens toegewezen.
4.5
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [gedaagde] aan Waterweg te betalen een bedrag van € 154,13, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 56,04 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Waterweg vastgesteld op € 507,- aan griffierecht, € 108,22 aan dagvaardingskosten en € 248,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416