Verzoekster, mogelijk gedupeerde van de Kinderopvangtoeslagenaffaire, diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om de gemeente te bevelen mee te werken aan een aangeboden schuldregeling. De gemeente weigerde instemming vanwege niet volledig nagekomen inlichtingenplicht en toepassing van artikel 60c Pw.
De rechtbank stelde vast dat zestien van de negentien schuldeisers akkoord waren met het voorstel, dat gebaseerd was op de NVVK-norm en een prognosepercentage uitkering bevatte. Verzoekster is aangemeld als mogelijke gedupeerde en mogelijk recht hebbend op een schadevergoeding van €30.000. De rechtbank overwoog dat het wettelijk schuldsaneringstraject niet per definitie betere waarborgen biedt dan het minnelijk traject, mede gelet op het Besluit compensatie schuldentrajecten.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder weegt dan dat van de gemeente en dat het verzoek tot dwangakkoord moet worden toegewezen. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.