Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de oproepingsbrief waarbij een comparitie is gelast van 15 juli 2020;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 4 november 2020, alsmede de toen door beide partijen overgelegde pleitnota’s en de foto’s van [naam eiseres];
- de brief waarbij mr. Joxhorst zich heeft gesteld en mededeelt dat partijen geen schikking hebben bereikt en vonnis wensen.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
NJ2014/370 (
Skutsjesilen). Dat staat als zodanig tussen partijen niet ter discussie.
Na ontgrendeling van het systeem en het losmaken van de driepuntsgordel ben ik achteruit gelopen. Ik had [naam 1] in de rolstoel daarbij dus vóór mij. Omdat ik achterom moest kijken waar ik liep, keek ik niet constant voor mij. Op het moment dat ik achterom keek, hoorde ik een klap. Ik keek en zag dat [naam 1] uit de rolstoel was gevallen. Hij lag achter de bestuurdersstoel op de grond. (…)
5..De beslissing
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct op 14 juli 2021 in het geding moet brengen, voor zover zij daarover reeds beschikt,
1885