Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis uit 2007 waarbij de gedaagde was veroordeeld tot betaling van zorgpremies aan AnderZorg N.V. De eiseres vordert betaling van achterstallige premies inclusief wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde betwist het bestaan van een zorgverzekering bij AnderZorg, maar heeft dit niet onderbouwd.
De kantonrechter oordeelt dat tussen partijen wel een overeenkomst bestaat en dat de gedaagde de premie nog verschuldigd is. De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing verklaard en worden daarom buiten beschouwing gelaten, waardoor de rente pas vanaf de dag van dagvaarding wordt toegewezen. Het verweer van verjaring wordt niet in behandeling genomen wegens strijd met goede procesorde.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen omdat AnderZorg geen specificatie heeft gegeven. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €126,33 plus wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020, en de wettelijke rente over €297,30 vanaf 24 juli 2007 tot 30 september 2020. Het vonnis wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt deels gegrond verklaard en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van zorgpremies en wettelijke rente.