De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 juni 2021 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, geboren in 2005, 2008 en 2015. De kinderen verblijven in pleeggezinnen vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling en een belaste thuissituatie bij de moeder.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming vroegen om verlenging van de maatregelen voor de duur van twaalf maanden. De moeder voerde verweer tegen de beschuldigingen van stelselmatige mishandeling en pleitte voor gezinshereniging en passende hulpverlening, terwijl de vader instemde met de verlenging.
De rechtbank wees het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling af wegens niet-tijdige indiening en onbevoegdheid. Het verzoek van de Raad werd toegewezen omdat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, geen contact wensen met de moeder en baat hebben bij voortzetting van het verblijf in pleeggezinnen. De machtiging tot uithuisplaatsing werd eveneens verlengd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.