ECLI:NL:RBROT:2021:5765
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op vasthouden mobiel tijdens rijden wegens onduidelijke uitleg begrip vasthouden
Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 23 december 2020. Hij ging in beroep tegen deze sanctie omdat hij meent dat het begrip 'vasthouden' niet juist is toegepast en dat het los op het been of op schoot leggen van de telefoon niet onder het verbod valt.
De kantonrechter overweegt dat het begrip 'vasthouden' ruim wordt uitgelegd in de rechtspraak, waaronder ook het tussen oor en schouder klemmen van de telefoon valt. Echter, in deze zaak staat vast dat de telefoon los op het been of op schoot lag, wat volgens de kantonrechter niet als vasthouden kan worden beschouwd. De argumentatie van het CVOM dat dit toch onder vasthouden valt omdat het gebruik waarschijnlijk is en de verkeersveiligheid in gevaar brengt, wordt niet gevolgd.
De kantonrechter benadrukt het legaliteitsbeginsel en dat het voor de bestuurder duidelijk moet zijn wat wel en niet is toegestaan. Omdat het los op schoot of been leggen van de telefoon niet duidelijk als vasthouden kan worden aangemerkt, is de sanctie onterecht opgelegd. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de sanctie vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de sanctie wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt vernietigd.