ECLI:NL:RBROT:2021:5770
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in kort geding zorgregeling minderjarig kind
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar kort geding behandelde over de nakoming van een zorgregeling met betrekking tot hun minderjarig kind. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en procedurele onjuistheden tijdens de zitting van 1 april 2021.
De rechtbank oordeelt dat een deel van het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de gronden daarvoor te laat zijn aangevoerd. De overige gronden zijn inhoudelijk beoordeeld, waarbij de rechtbank benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders aantonen.
De rechtbank concludeert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De procedurele beslissingen van de rechter, zoals het weigeren van een conclusie van eis in reconventie en het afwijzen van verzoeken, zijn niet onjuist in die zin dat zij wraking rechtvaardigen.
Ook is gebleken dat verzoekster voldoende gelegenheid heeft gehad om haar standpunt toe te lichten en te verdedigen tijdens de zitting. De vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid is niet objectief gerechtvaardigd. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.