ECLI:NL:RBROT:2021:5789

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2021
Publicatiedatum
22 juni 2021
Zaaknummer
C/10/617291 / FA RK 21-3152
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging wegens onvoldoende bewijs psychische stoornis

De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 mei 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verkrijgen van een zorgmachtiging voor betrokkene, op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Betrokkene ontkende het bestaan van een psychische stoornis en vertoonde tijdens de zitting een gezonde indruk. Er waren geen concrete aanwijzingen voor paranoïde gedachten, agressief gedrag of ernstige verwaarlozing, zoals nauwelijks eten. De familie maakte zich weliswaar zorgen, maar deze zorgen waren niet concreet omschreven in de stukken. Verder ontbraken relevante politiegegevens en contacten met de crisisdienst.

De broer van betrokkene verklaarde begin februari 2021 nog geen zorgen te hebben en gaf aan dat de familie betrokkene kan ondersteunen. Betrokkene verscheen niet op een afspraak met een onafhankelijke psychiater, maar eerdere contacten waren vriendelijk en coöperatief.

Gelet op het voorgaande concludeerde de rechtbank dat onvoldoende duidelijk is dat betrokkene een stoornis heeft die een zorgmachtiging rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/617291 / FA RK 21-3152
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 mei 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende en thans verblijvende te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. W.L. Catsman te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 22 april 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 8 april 2021;
  • de niet-ingevulde zorgkaart van 15 april 2021;
  • het zorgplan van 8 april 2021;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens, strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 mei 2021.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam psychiater 2] , psychiater, en
  • [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Betrokkene ontkent dat er sprake is van een psychische stoornis, achterdocht of hallucinaties. Betrokkene verklaart dat het goed met hem gaat en dat hij zich prettig voelt. Betrokkene verklaart voorts niet te hebben meegekregen dat hij bereid was om in een Whatsappgroep samen met zijn broer en de zorgverleners afspraken te maken over de hulpverlening (zie de beschikking van deze rechtbank van 9 februari 2021). Met die afspraak is ook niets gedaan. De behandelaren hebben weinig zicht op betrokkene en spreken voornamelijk met de familie van betrokkene. De familie maakt zich zorgen om betrokkene en zij bellen regelmatig naar de behandelaren, de crisisdienst en de politie.
2.2.
De advocaat van betrokkene pleit voor afwijzing van het verzoek, aangezien het onduidelijk is of er sprake is van een stoornis. Buiten de zorgen van de familieleden, weten de behandelaren niet wat er niet goed gaat met betrokkene.
2.3.
De rechtbank oordeelt als volgt. Het is onvoldoende duidelijk of betrokkene een stoornis heeft. Betrokkene is niet op de afspraak met de onafhankelijke psychiater verschenen, maar eerder waren er geen aanwijzingen voor paranoïde gedachten en was betrokkene vriendelijke en coöperatief in het contact. In de stukken wordt wel benoemd dat de familie van betrokkene zich zorgen maakt, maar er wordt niet beschreven wat de zorgen zijn. Tijdens de mondelinge behandeling oogt betrokkene gezond en lijkt er geen sprake van te zijn dat hij nauwelijks eet. Betrokkene ontkent agressief gedrag tegen zijn zusje. In de stukken staan geen relevante politiegegevens of contacten met de crisisdienst. De rechtbank heeft begin februari van dit jaar de broer van betrokkene gehoord en die vertelde toen nog dat hij zich geen zorgen maakte om betrokkene en dat de familie betrokkene kan ondersteunen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 12 mei 2021 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 25 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.