Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, waarbij 32 van de 34 schuldeisers instemden. ING en Delton stemden niet in met het voorstel. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij werd meegewogen dat verzoekers een stabiele financiële situatie hebben en voldoen aan hun werkverplichtingen.
De rechtbank concludeerde dat het aanbod het uiterste is wat verzoekers kunnen bieden en dat de belangen van de meerderheid van de schuldeisers zwaarder wegen dan die van ING en Delton. Tevens werd vastgesteld dat verzoekers mogelijk gedupeerden zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire, wat een mogelijke compensatie kan opleveren.
De rechtbank beval ING en Delton om in te stemmen met de schuldregeling, wees het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af en veroordeelde de verwerende schuldeisers in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.