ECLI:NL:RBROT:2021:5839

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 juni 2021
Publicatiedatum
23 juni 2021
Zaaknummer
C/10/619701 / KG ZA 21-447
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Contactverbod wegens stelselmatige overlast door buurman met beginnende dementie

Eiseres woont aan de [adres eiseres] en klaagt over stelselmatige overlast door haar buurman, een 81-jarige man met beginnende dementie, die zich dagelijks op vaste tijden bij haar woning ophoudt en haar tuin betreedt. Eiseres heeft aangifte gedaan van stalking vanwege dit gedrag, dat haar angst aanjaagt en haar persoonlijke levenssfeer schaadt.

De buurman betwist de beschuldigingen en stelt dat hij enkel dagelijks een ommetje maakt waarbij hij langs de woning van eiseres komt. Medische rapporten bevestigen dat hij lijdt aan beginnende dementie met cognitieve achteruitgang, waarvoor hij ambulante begeleiding ontvangt en op termijn verhuist naar een zorgwoning.

De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat de buurman onbedoeld en onbewust stelselmatig overlast veroorzaakt, wat onrechtmatig is jegens eiseres. Gezien de ernst van de situatie en de angst van eiseres wordt een contactverbod opgelegd voor een periode van twaalf maanden, waarbij de buurman zich niet mag begeven binnen een bepaald straatgedeelte en de tuin van eiseres. Een dwangsom wordt opgelegd ter stimulering van naleving, maar machtiging tot inzet van politie wordt achterwege gelaten vanwege de gezondheidstoestand van de buurman.

Uitkomst: De voorzieningenrechter legt een contactverbod op voor twaalf maanden met een dwangsom bij overtreding en veroordeelt de buurman in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/619701 / KG ZA 21-447
Vonnis in kort geding van 22 juni 2021
in de zaak van
[naam eiseres],
wonende te [woonplaats eiseres] ,
eiseres,
advocaat mr. P. van Tour te Rotterdam,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
advocaat mr. C.M. van Ommeren te Rotterdam.
Partijen worden hierna [naam eiseres] en [naam gedaagde] genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 7 juni 2021, met producties 1 tot en met 3,
  • de mondelinge behandeling, gehouden op 14 juni 2021,
  • de pleitnotitie van mr. Van Ommeren, met producties 1 tot en met 4,
  • de ter zitting door mr. Van Tour overhandigde uitdraai van Google Maps.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2..De feiten

2.1.
[naam eiseres] woont aan de [adres eiseres] . [naam gedaagde] woont bij [naam eiseres] om de hoek, aan de [adres gedaagde] . Aan de achterzijde van de woningen grenzen de tuinen van [naam eiseres] en [naam gedaagde] aan elkaar.
2.2.
Partijen kennen elkaar al 12 jaar. Vanaf april 2020 heeft [naam eiseres] [naam gedaagde] , die thans 81 jaar oud is, geholpen door o.a. boodschappen voor hem te doen.
2.3.
In oktober 2020 heeft [naam eiseres] het contact met [naam gedaagde] verbroken.
2.4.
Op 6 maart 2021 heeft [naam eiseres] bij de politie aangifte tegen [naam gedaagde] gedaan van stalking. In het proces-verbaal van de aangifte staat vermeld:
“(…)
Het stalken is feitelijk begonnen op vrijdag 09-10-2020 tot en met vandaag zaterdag 06-03-2021.
Waar het op neer komt is dat buurman elke dag omstreeks 09.30 uur en omstreeks 14.30 uur bij mijn voordeur is. Hij is er ook omstreeks 18.00 uur. Hij kijkt en staat in de portieken van de buren en kijkt en kijkt. Ik [word] daar koud van. Hij vraagt aan de buren of ze me hebben gezien, hij wil weten waar ik ben. Toen ik ziek thuis lag van covid stond hij buiten te schreeuwen. Hij gilde naar mijn kinderen dat ik hem moest bellen. Ik ben toen voor het raam gaan staan om hem te tot rust te brengen.
Ik begrijp dat mensen de vrijheid hebben om op straat te lopen en te zijn, maar een man die bijna een jaar lang op vaste tijden voor mijn deur staat en mijn buren vraagt waar ik ben, dat is toch niet echt normaal gedrag te noemen. Buurman noemt [mij] zijn vriendin en dat hij gaat trouwen met mij. Ik ben bang van deze man omdat ik niet kan inschatten wat zijn volgende stap zal zijn. Het is niet dat hij agressief naar mij is of dat hij me ooit heeft geslagen of pijn gedaan. Wat mijn angst aanjaagt is zijn obsessie met mij en zijn waan ideeën.
Ik ben bang en ik hoop dat mijn aangifte ervoor zorgt dat buurman hulp krijgt, ik houd dit niet lang meer uit. (…)”
2.5.
In een brief van 3 juni 2021 heeft de ambulant verpleegkundige van [naam gedaagde] , [naam] , over [naam gedaagde] opgemerkt:
“(…)
Beschrijvende diagnose
(…)
Aanmelding is tot stand gekomen vanuit het wijkteam, politie GGZ en de politie zelf.
Patiënt veroorzaakt mogelijk overlast richting zijn buurvrouw, ongeacht waar hiervan de oorsprong ligt.
Bij onderzoek sprake van cognitieve achteruitgang op het gebied van de tijdsoriëntatie, het geheugen, de taal en het executief functioneren. Er is enig ziektebesef, geen ziekte-inzicht. Er zijn geen aanwijzingen voor een delier of een depressie.
Aangezien de cognitieve achteruitgang interfereert met het dagelijks leven is er sprake van een beginnende dementie, meest waarschijnlijk tgv M. Alzheimer, zonder gedragsproblemen.
De cognitieve achteruitgang veroorzaakt een verminderd oordeelsvermogen en kwetsbaarheid waardoor er sprake is van lijdensdruk en een risico op gevaar door toedoen van anderen.
(…)
Beleid en advies
Wij brengen patiënt in contact met een casemanager. Patiënt zou graag verhuizen naar een andere woning gezien de situatie die is ontstaan met de buurvrouw. Wij continueren de behandeling tot patiënt in de nieuwe woning is getrokken (…)”

3..Het geschil

3.1.
[naam eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
[naam gedaagde] verbiedt zich een jaar lang, gerekend met ingang van de dag nadat het vonnis aan hem is betekend, te begeven binnen een straal van 40 meter van de voordeur van de woning van [naam eiseres] , althans een in goede justitie te bepalen afstand,
[naam gedaagde] verbiedt zich een jaar lang, gerekend met ingang van de dag nadat het vonnis aan hem is betekend, te begeven in de tuin die behoort bij de woning van [naam eiseres] ,
bepaalt dat [naam gedaagde] iedere keer dat hij de verboden overtreedt een dwangsom verbeurt van € 250,00 per overtreding, met machtiging om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen,
[naam gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure.
3.2.
[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4..De beoordeling

4.1.
[naam eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, nu zij stelt dat [naam gedaagde] haar dagelijks in de gaten houdt en lastigvalt.
4.2.
Het (straat)verbod zoals door [naam eiseres] gevorderd vormt een inbreuk op het aan een ieder, dus ook aan [naam gedaagde] , toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het opleggen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
4.3.
[naam eiseres] stelt dat [naam gedaagde] op stelselmatige en ontoelaatbare wijze inbreuk maakt op haar persoonlijke levenssfeer. Volgens [naam eiseres] positioneert [naam gedaagde] zich vrijwel dagelijks op vaste tijden in de buurt van haar woning en komt hij ongevraagd haar tuin in.
[naam gedaagde] betwist dat hij zich vrijwel dagelijks op vaste tijdstippen voor de woning van [naam eiseres] ophoudt. Volgens zijn advocaat loopt [naam gedaagde] wel dagelijks – op vaste tijden – een ommetje, waarbij hij dan langs de woning van [naam eiseres] komt. Vanwege zijn dementie heeft [naam gedaagde] , zo stelt zijn advocaat, daarbij enkele keren gefloten en geroepen.
4.4.
Niet in geschil is dat [naam gedaagde] medische zorg nodig heeft. Hij krijgt deze zorg inmiddels in de vorm van ambulante begeleiding, totdat hij andere woonruimte heeft gevonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kleindochter van [naam gedaagde] laten weten dat inmiddels een woning met zorg voor [naam gedaagde] is aangevraagd, maar dat het enige tijd kan duren voordat er een woning voor hem beschikbaar is.
Hoewel [naam gedaagde] betwist dat hij [naam eiseres] lastigvalt, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat [naam gedaagde] – waarschijnlijk onbedoeld en onbewust – stelselmatig overlast voor [naam eiseres] veroorzaakt. Uit de stukken en de toelichting daarop volgt immers dat [naam gedaagde] regelmatig voor de woning van [naam eiseres] staat en daarbij haar aandacht probeert te trekken. Ook is gebleken dat [naam gedaagde] verschillende keren de tuin van [naam eiseres] is ingelopen.
Dit stelselmatige gedrag van [naam gedaagde] is onrechtmatig tegenover [naam eiseres] .
Nu [naam gedaagde] in de toekomst elders gaat wonen, moet tot die tijd een oplossing worden gevonden voor de ontstane situatie. De situatie is op dit moment onhoudbaar, omdat het gedrag van [naam gedaagde] [naam eiseres] angst aanjaagt en zij zich dus niet veilig voelt. Die oplossing is naar het oordeel van de voorzieningenrechter gelegen in de toewijzing van de gevorderde verboden. De omstandigheid dat (de familie van) [naam gedaagde] [naam eiseres] ervan beschuldigt dat zij geld van [naam gedaagde] heeft weggenomen, staat niet aan toewijzing in de weg.
4.5.
Het straatverbod wordt beperkt tot het gedeelte van de [straatnaam 1] dat wordt begrensd door de [straatnaam 2] en de [straatnaam 3] . Het gebied wordt in de beslissing door middel van een plattegrond weergegeven. Het verbod om in de tuin van [naam eiseres] te komen, wordt toegewezen als gevorderd. Gelet op de gezondheidstoestand van [naam gedaagde] acht de voorzieningenrechter het niet passend om een machtiging te verlenen om het vonnis met behulp van de sterke arm van justitie en politie ten uitvoer te leggen. Als prikkel tot nakoming wordt daarom een dwangsom opgelegd, die wordt beperkt tot € 10,00 per keer dat [naam gedaagde] een van de verboden overtreedt, met een maximum van € 500,00.
4.6.
[naam gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Nu [naam eiseres] procedeert op basis van een toevoeging blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht. De kosten aan de zijde van [naam eiseres] worden begroot op € 741,00 (€ 85,00 aan griffierecht en € 656,00 aan salaris advocaat).

5..De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt [naam gedaagde] gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gedeelte van de [straatnaam 1] dat wordt begrensd door de [straatnaam 2] en de [straatnaam 3] , zoals hierna weergegeven:
5.2.
verbiedt [naam gedaagde] gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in de tuin die behoort bij de woning van [naam eiseres] ,
5.3.
veroordeelt [naam gedaagde] om aan [naam eiseres] een dwangsom te betalen van € 10,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.1. en/of 5.2. uitgesproken hoofdveroordeling(en) voldoet, tot een maximum van € 500,00 is bereikt,
5.4.
veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [naam eiseres] tot op heden begroot op € 741,00,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2021.
[2971/676]