Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam bedrijf],
1..De procedure
- de dagvaarding van 26 april 2021, met producties en aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling gehouden op 12 mei 2021
- de pleitnota van [eiseres] .
2..Rechtsoverwegingen
1.016,00
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres nakoming van een koopovereenkomst met betrekking tot een onroerende zaak te Rotterdam. Gedaagde erkent de overeenkomst en de verplichting tot afname van het onroerend goed, waardoor het gevorderde niet wordt weersproken.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe en bepaalt dat gedaagde binnen zeven dagen na betekening van het vonnis haar medewerking moet verlenen aan de levering bij de notaris en binnen drie dagen de koopsom moet storten. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat de contractuele boete nog niet was volgelopen en een dwangsom geen extra prikkel tot nakoming oplevert.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de contractuele boete van €1.015 per dag vanaf 21 april 2021 tot nakoming, met een maximum van €33.850. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en de na het vonnis ontstane kosten, onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van de koopovereenkomst en betaling van de contractuele boete, terwijl de gevorderde dwangsom wordt afgewezen.