ECLI:NL:RBROT:2021:5862
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke procedure Sociale Verzekeringsbank
Verzoeker heeft wraking van de rechter verzocht tijdens een bestuursrechtelijke zitting over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank. Het wrakingsverzoek betrof onder meer het niet ondertekenen van het proces-verbaal door de rechter en/of griffier, het beëindigen in plaats van schorsen van de zitting, en vermeend gebrek aan dossierkennis door de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht en geoordeeld dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend voor zover het betrekking had op de zitting zelf, maar dat latere aangevoerde gronden te laat waren. De kamer heeft vastgesteld dat geen sprake was van een onjuiste weergave van de zitting in het proces-verbaal en dat het wijzen op vaste rechtspraak door de rechter geen aanwijzing voor vooringenomenheid vormt.
Ook het weigeren om een recente uitspraak aan het dossier toe te voegen kon niet leiden tot wraking omdat het verzoek daartoe al was gedaan voordat de rechter hierover kon beslissen. De wrakingskamer concludeerde dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor schijn van partijdigheid aanwezig waren en wees het wrakingsverzoek af. Verzoeken tot smartengeld en kostenvergoeding werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.