Op 10 april 2020 werd brand gesticht bij een zendmast te Dronten, waarbij schade ontstond aan een voedingskast en kabelgoot. Verdachte en drie medeverdachten werden aangehouden als mogelijke daders. De officier van justitie eiste twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, wegens medeplegen brandstichting.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen enkel bewijsmiddel bevat dat vaststelt wie het vuur daadwerkelijk heeft aangestoken. Hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte en medeverdachten samen optraden en aanwezig waren nabij de plaats delict, is niet vast te stellen dat verdachte als medepleger heeft gehandeld. De telefoongesprekken na de brand bieden geen duidelijkheid over de precieze rol van verdachte.
Daarom is het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en wordt verdachte vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij KPN B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel is opgelegd. De rechtbank heft tevens het bevel tot voorlopige hechtenis op.