De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 19 april 2021 om ondertoezichtstelling van twee jonge kinderen, geboren in 2018 en 2020, die bij hun moeder wonen. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar de situatie wordt gekenmerkt door instabiliteit, onduidelijkheid over de ouderlijke relatie en zorgen over de zorg en ontwikkeling van de kinderen.
De Raad signaleerde onder meer dat de moeder pas recent een zorgverzekering voor het jongste kind had afgesloten en dat vaccinaties ontbraken. Ook was er onduidelijkheid over het contact met het Centrum voor Jeugd en Gezin en het niet inschrijven van het oudste kind op een peuterspeelzaal. De moeder vertoonde kwetsbaarheden bij spanningen en slaagde er onvoldoende in de kinderen structuur en duidelijkheid te bieden.
De kinderrechter oordeelde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de instabiliteit en onzekerheid in hun leven, mede door wisselende ouderlijke relatie en het ontbreken van adequate zorg. Er zijn ook zorgen over mogelijke psychische problematiek bij beide ouders zonder behandeling. Ondanks een recente positieve ontwikkeling achtte de rechter de ondertoezichtstelling noodzakelijk om deze vooruitgang te borgen.
De beschikking werd op 2 juni 2021 mondeling uitgesproken en stelt de kinderen onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor negen maanden, met onmiddellijke uitvoerbaarheid. Zowel de ouders als de gecertificeerde instelling stemden in met het verzoek. Het doel is stabilisatie van de woonomgeving, stimulering van de ontwikkeling van de kinderen en het verbeteren van de ouderlijke situatie onder begeleiding.