Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet, waarbij zij een schuldregeling aan haar schuldeisers heeft aangeboden. Het aanbod voorzag in een betaling van circa 1,86% aan preferente en 0,93% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op een schuldenlast van ongeveer €176.000. Veertien schuldeisers stemden in, maar een schuldeiser, Defam Plus B.V., weigerde instemming vanwege het te lage aanbod.
De rechtbank overwoog dat het belang van Defam als grote schuldeiser (34,6% van de schuld) zwaar weegt en dat het voorstel niet goed en betrouwbaar is gedocumenteerd. De schuldenlast bleek hoger dan waarop het aanbod was gebaseerd, en twee schuldeisers waren niet geïnformeerd over de gewijzigde situatie. Schuldhulpverlening had nagelaten deze schuldeisers een aanbod te doen en hen te informeren over de gewijzigde schuldenlast en lagere uitkering.
Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat verzoekster het uiterste had gedaan om haar schuldeisers te betalen, mede gezien haar leeftijd, arbeidsverleden en de verwachting dat haar situatie kan verbeteren. De rechtbank concludeerde dat het belang van de weigeraar zwaarder weegt dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers en wees het verzoek af. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.