ECLI:NL:RBROT:2021:6018
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskosten na gegrondverklaring bezwaar huurtoeslag 2020
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar huurtoeslag over 2020. Bij besluit van 9 oktober 2020 werd haar bezwaar kennelijk gegrond verklaard en de huurtoeslag vastgesteld op €2.100,-. Later stelde de Belastingdienst het voorschot huurtoeslag op €0,-, waarna verzoekster beroep instelde. Op 2 juni 2021 verklaarde de Belastingdienst het bezwaar opnieuw gegrond en stelde de huurtoeslag vast op €4.199,-. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster recht heeft op vergoeding van de proceskosten die zij redelijkerwijs heeft moeten maken. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het bedrag vastgesteld op €801,-. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €48,-. De rechtbank kende proceskosten toe voor het indienen van twee beroepschriften, met een puntwaarde van €534,- per punt en een wegingsfactor van 1.
De uitspraak werd gedaan door rechter F.P.J. Schoonen en griffier G.J. Machwirth op 25 juni 2021. De procedure werd schriftelijk afgedaan zonder zitting.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van €801,- aan proceskosten en €48,- aan griffierecht aan verzoekster.