Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[verweerder 1] ,
1..De procedure
- het verzoekschrift ex artikel 1019w Rv tevens voorwaardelijk verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, ontvangen op 2 oktober 2020, met producties;
- het verweerschrift tevens houdende een (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek, met productie;
- de mondelinge behandeling op 14 december 2020 en de ten behoeve daarvan door [verzoekster] overgelegde aantekeningen.
2..De feiten
3..Het geschil
- te beslissen dat [verweerder 1] en Univé als aansprakelijkheidsverzekeraar, aansprakelijk zijn voor het ongeval dat heeft plaatsgevonden op 28 december 2015 en gehouden zijn de daaruit voor [verzoekster] voortvloeiende materiële en immateriële schade te vergoeden, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente;
- [verweerder 1] en Univé te veroordelen om op de materiële schade een eerste voorschot te betalen aan [verzoekster] van € 2.500,00 en op de immateriële schade een eerste voorschot van € 5.000,00, of een door de rechtbank vast te stellen bedragen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf respectievelijk de datum van de uitspraak (voor de materiële schade) en 28 december 2015 (voor de immateriële schade) tot de dag der algehele voldoening;
- de kosten van deze procedure te begroten op € 8.926,90, exclusief het voorbereiden en bijwonen van één of meerdere zittingen, en [verweerder 1] en Univé te veroordelen in de betaling van deze kosten, vermeerderd met het verschuldigde griffierecht.