ECLI:NL:RBROT:2021:6096
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom voor vervoer inbrekerswerktuigen in Dordrecht
Eiser werd op 23 november 2019 aangehouden met inbrekerswerktuigen in een voertuig op een industrieterrein in Dordrecht. De politie trof onder meer een betonschaar aan in een witte Renault bus waarin ook het rijbewijs van eiser werd gevonden. Verweerder legde eiser een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:44 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV) Dordrecht.
Eiser stelde in beroep dat hij niet de overtreder was en dat de werktuigen noch het voertuig van hem waren, en dat hij niet in zijn macht had om aan de last te voldoen. De rechtbank oordeelt dat uit de bestuurlijke rapportage, camerabeelden en omstandigheden voldoende aannemelijk is dat eiser de werktuigen heeft vervoerd of voorhanden had en dat hij als pleger of medepleger moet worden aangemerkt.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens vervoer van inbrekerswerktuigen wordt ongegrond verklaard.