ECLI:NL:RBROT:2021:6168
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek curator tot procedure tegen Belastingdienst inzake verrekening BTW-teruggaaf
In het faillissement van een besloten vennootschap heeft de curator verzocht om een machtiging om de Belastingdienst in rechte te betrekken vanwege een geschil over de verrekening van een BTW-teruggaaf van €44.066,56 met een loonbelastingschuld die dateert van vóór het faillissement.
De curator stelt dat de verrekening onrechtmatig is omdat de BTW-teruggaaf en de loonbelastingschuld niet beiden vóór het faillissement zijn ontstaan en omdat de fiscale eenheid omzetbelasting de belastingplichtige was, niet de gefailleerde vennootschap zelf. De Belastingdienst betoogt dat de teruggaaf voortvloeit uit facturen die vóór het faillissement aan afnemers zijn verzonden en dat de verrekening daarom rechtmatig is.
Na hoorzitting en overleg is gebleken dat partijen niet tot een schikking kunnen komen en dat er geen andere vergelijkbare geschillen zijn die een prejudiciële vraag rechtvaardigen. De rechter-commissaris overweegt dat de proceskansen onzeker zijn, het financieel belang relatief beperkt is en dat een procedure de afwikkeling van het faillissement onnodig vertraagt.
Daarom wordt het verzoek van de curator afgewezen en wordt geen machtiging verleend om tegen de Belastingdienst in rechte op te treden, met het oog op een voortvarende afwikkeling van het faillissement.
Uitkomst: Het verzoek van de curator tot het starten van een procedure tegen de Belastingdienst wordt afgewezen.