ECLI:NL:RBROT:2021:6170
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens ontbreken arbeids- en rusttijdenregistratie conform Arbeidstijdenwet
Eiseres kreeg op 7 augustus 2019 een bestuurlijke boete van €7.500 opgelegd wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw), omdat zij geen deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden voerde. Na een eerdere waarschuwing in 2015 constateerden arbeidsinspecteurs opnieuw in 2018 het ontbreken van een correcte registratie. Eiseres voerde aan dat haar personeel volgens vaste roosters werkt en geen recht heeft op pauzes, waardoor registratie niet noodzakelijk zou zijn. Tevens stelde zij dat haar financiële situatie matiging van de boete rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet verwijtbaar is, mede omdat zij na de waarschuwing in 2015 alsnog tekort is geschoten. De verklaring van de boekhouder dat uren digitaal werden bijgehouden werd niet aannemelijk geacht. De boete is conform het beleidskader opgelegd en matiging op basis van financiële draagkracht werd afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat zij onevenredig wordt getroffen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Vaz op 1 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €7.500 wegens het ontbreken van een deugdelijke arbeids- en rusttijdenregistratie wordt ongegrond verklaard.