ECLI:NL:RBROT:2021:6175
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kosten bestuursdwang wegslepen voertuig niet redelijk bij kort parkeerverbod
Eiser parkeerde zijn voertuig op een plek waar vanaf 11 mei 2020 een tijdelijk parkeerverbod gold vanwege wegwerkzaamheden. Het voertuig werd op die dag door verweerder met bestuursdwang verwijderd. Verweerder bracht de kosten van het wegslepen en de opslag bij eiser in rekening. Eiser stelde dat het parkeerverbod niet tijdig was aangegeven, omdat het verkeersbord pas op 9 mei 2020 werd geplaatst, terwijl de werkinstructie voorschrijft dat parkeerverboden minimaal 72 uur van tevoren moeten worden geplaatst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het voertuig weg te slepen op grond van artikel 170 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, omdat het voertuig hinderlijk geparkeerd stond en het parkeerverbod duidelijk was aangegeven. Echter, de rechtbank vond dat de kosten van bestuursdwang niet redelijk op eiser konden worden verhaald, omdat het bord te kort van tevoren was geplaatst en eiser daardoor geen verwijt kon worden gemaakt. Ook speelde mee dat de bestuursdwang werd toegepast tijdens de coronacrisis, waarin iedereen werd opgeroepen zoveel mogelijk thuis te blijven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de kosten van bestuursdwang betrof en bepaalde dat verweerder deze kosten niet op eiser mocht verhalen. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en een beperkte proceskostenvergoeding voor reiskosten van de gemachtigde. Verzoek om vergoeding van verletkosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot kostenverhaal bestuursdwang en bepaalt dat de kosten niet op eiser mogen worden verhaald.