ECLI:NL:RBROT:2021:6177
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitschrijving BRP wegens onzorgvuldig adresonderzoek
Eiser was ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een bepaald adres. Naar aanleiding van een onderzoek naar zijn bijstandsuitkering startte de gemeente Rotterdam een adresonderzoek omdat eiser niet was verschenen op een gesprek en geen adreswijziging had doorgegeven. De gemeente schreef eiser per 23 april 2018 uit de BRP uit wegens het ontbreken van een feitelijke verblijfplaats.
Eiser voerde in beroep aan dat hij wel degelijk op het BRP-adres woonde en dat het onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd. Hij stelde dat hij een ingevulde verklaring had ingediend, telefonisch had bevestigd op het adres te wonen en dat buren dit ondersteunden. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd waarom het onderzoek werd voortgezet ondanks deze verklaringen en dat er niet was gevraagd om aanvullend bewijs. Bovendien waren de huisbezoeken beperkt en niet overtuigend om vast te stellen dat eiser niet op het adres woonde.
De rechtbank concludeerde dat het adresonderzoek niet voldeed aan de vereisten voor een gedegen onderzoek zoals voorgeschreven in de Wet BRP en bijbehorende richtlijnen. Omdat het besluit belastend was, rustte de bewijslast op de gemeente, die niet kon aantonen dat eiser niet woonde op het adres. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot uitschrijving uit de BRP wordt vernietigd en herroepen.