Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..Het geschil (in het incident) en de beoordeling daarvan
3..De beslissing
woensdag 4 augustus 2021 om 10:00 uurom de zaak daar voort te zetten in de stand waarin zij zich thans bevindt;
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam betrof het een incident over de bevoegdheid van de kantonrechter. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding en conclusies van partijen. De kantonrechter toetste of de vordering binnen haar bevoegdheid viel, namelijk maximaal €25.000 of bij onbepaalde waarde duidelijke aanwijzingen dat de waarde niet hoger is dan €25.000.
De gedaagde stelde dat de totale vordering van eiseres een waarde van €27.994,96 vertegenwoordigt, waarmee de kantonrechter niet bevoegd zou zijn. De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat zij niet bevoegd was kennis te nemen van de vordering. Daarom werd de zaak doorverwezen naar de handelskamer van de rechtbank Rotterdam.
De kantonrechter wees partijen op de procedurele gevolgen, zoals het verplicht procederen bij advocaat in de handelskamer en de griffierechten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. drs. E. van Schouten tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Kantonrechter is niet bevoegd en verwijst zaak door naar handelskamer van de rechtbank Rotterdam.