ECLI:NL:RBROT:2021:6190

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juli 2021
Publicatiedatum
30 juni 2021
Zaaknummer
9125568
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter in civiele zaak met vordering boven €25.000

In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam betrof het een incident over de bevoegdheid van de kantonrechter. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding en conclusies van partijen. De kantonrechter toetste of de vordering binnen haar bevoegdheid viel, namelijk maximaal €25.000 of bij onbepaalde waarde duidelijke aanwijzingen dat de waarde niet hoger is dan €25.000.

De gedaagde stelde dat de totale vordering van eiseres een waarde van €27.994,96 vertegenwoordigt, waarmee de kantonrechter niet bevoegd zou zijn. De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat zij niet bevoegd was kennis te nemen van de vordering. Daarom werd de zaak doorverwezen naar de handelskamer van de rechtbank Rotterdam.

De kantonrechter wees partijen op de procedurele gevolgen, zoals het verplicht procederen bij advocaat in de handelskamer en de griffierechten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. drs. E. van Schouten tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Kantonrechter is niet bevoegd en verwijst zaak door naar handelskamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9125568 CV EXPL 21-12041
uitspraak: 2 juli 2021
vonnis in het incident van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats eiseres],
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
gemachtigde: mr. S. Suzen te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde],
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,
gemachtigde: mr. R. van Noord te Ridderkerk.
Partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1..De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
• de dagvaarding met producties van [eiseres] van 18 maart 2021;
• de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens conclusie van eis in het bevoegdheidsincident, van [gedaagde] van 4 mei 2021;
• de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van [eiseres] van
1 juni 2021.

2..Het geschil (in het incident) en de beoordeling daarvan

2.1
De kantonrechter behandelt en beslist zaken waarin het maximaal om € 25.000,00 gaat en/of zaken van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat die vordering geen hogere waarde dan € 25.000,00 vertegenwoordigt, aldus artikel 93 aanhef Pro en onder a en b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.2
[gedaagde] stelt dat de door [eiseres] onder I in haar dagvaarding gevorderde verklaring voor recht een waarde van € 12.539,92 vertegenwoordigt en dat de totale vordering, gelet op wat [eiseres] onder II van haar dagvaarding vordert, in totaal in ieder geval € 27.994,96 bedraagt. De kantonrechter is daarom volgens [gedaagde] niet bevoegd om kennis te nemen van dit geschil. [eiseres] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3
De kantonrechter komt op grond van wat onder 2.1 en 2.2 is overwogen tot het oordeel dat zij inderdaad niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering van [eiseres]. De zaak wordt daarom in de stand waarin zij zich bevindt doorverwezen naar de handelskamer van deze rechtbank.

3..De beslissing

De kantonrechter:
- verwijst de zaak naar de rolzitting van de handelskamer van deze rechtbank van
woensdag 4 augustus 2021 om 10:00 uurom de zaak daar voort te zetten in de stand waarin zij zich thans bevindt;
- wijst partijen erop dat zij in de procedure bij de handelskamer niet in persoon kunnen procederen, maar slechts bij advocaat;
- stelt vast dat beide partijen op basis van een toevoeging procederen en dat zij allebei, dus ook [gedaagde], bij de handelskamer een griffierecht van € 85,00 moeten betalen, waarbij wordt opgemerkt dat [eiseres] dit bedrag al heeft betaald bij de kantonrechter;
- draagt de griffier op de processtukken en een kopie van dit vonnis tijdig voor genoemde rolzitting naar de griffier van de handelskamer te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686