De zaak betreft een geschil over de zorgregeling en schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met betrekking tot drie minderjarige kinderen. De vader en moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar zijn verwikkeld in een conflict over de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van de kinderen.
De GI gaf op 14 april 2021 een schriftelijke aanwijzing aan de vader, waarin onder meer werd bepaald dat de kinderen volgens de omgangsregeling bij de moeder moeten verblijven en dat de vader zich dient te onthouden van negatieve uitlatingen over de moeder. De vader verzocht de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren, stellende dat de kinderen bij hem willen verblijven en dat hij geen druk uitoefent.
De kinderrechter oordeelt dat gezien de wens van de kinderen om bij de vader te verblijven en de voorlopige onzekerheid over de hoofdverblijfplaats, het niet in het belang is om de verblijfplaats te wijzigen. Daarom wordt het eerste deel van de schriftelijke aanwijzing vervallen verklaard. Tegelijkertijd wordt het deel van de aanwijzing dat de vader moet zorgen voor een positief opvoedklimaat en de GI toegang moet verlenen tot de kinderen bekrachtigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.